Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
10 november 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd ervan beschuldigd een persoon bij afbeelding te hebben beledigd door een privé-filmpje te verspreiden via WhatsApp waarin een neutrale foto van het slachtoffer was verwerkt naast seksuele gedragingen van een andere vrouw.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de afbeelding in de context beledigend was, maar gaf geen nadere motivering over het verband tussen de foto en het seksuele materiaal. De Hoge Raad stelde vast dat alleen het tonen van de foto in het filmpje niet automatisch betekent dat het slachtoffer in een ongunstig daglicht wordt geplaatst of in haar eer wordt aangetast.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het oordeel over de belediging betreft en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde beoordeling. De overige onderdelen van het arrest bleven onbesproken.
De zaak draait om de uitleg van art. 266 Sr Pro en de vraag wanneer een afbeelding als beledigend kan worden aangemerkt, waarbij de context en het verband tussen afbeelding en inhoud cruciaal zijn.
De Hoge Raad benadrukte dat het Hof onvoldoende heeft vastgesteld of het filmpje de strekking had het slachtoffer te beledigen, waardoor het oordeel niet begrijpelijk is.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof wegens onvoldoende motivering over beledigend karakter afbeelding en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.