Conclusie
[eiser 1],
[eiser 2],
[eiseres 3],
1.Feiten en procesverloop
- i) [eiser] c.s. zijn de kinderen van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) en [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]). [betrokkene 1] is op 17 januari 2010 overleden, [betrokkene 2] op 6 juni 2013. [eiser] c.s. zijn de erfgenamen van [betrokkene 2] en [betrokkene 1].
- ii) In 1989 heeft de gemeente het bestemmingsplan Kleis 1989 vastgesteld waardoor een woonwijk gerealiseerd kon worden overeenkomstig de plankaart behorend bij dit bestemmingsplan. De gemeente heeft binnen dat kader grondaankopen gedaan.
- iii) Zo hebben [betrokkene 2] en [betrokkene 1] in 1992 een perceel onbebouwde grond ter grootte van 1 hectare, 50 are en 40 centiaren (15.040 m2), gelegen aan de Kleis te Uitgeest en geheel vallend onder het bestemmingsplan Kleis 1989, aan de gemeente verkocht voor een bedrag van fl. 500.000,-, zijnde € 226.890,- (hierna: het perceel). In de leveringsakte
- iv) Op 2 november 1993 heeft de gemeente het uitwerkingsplan ‘Kleisrand I’ vastgesteld. Het perceel valt slechts gedeeltelijk onder dit uitwerkingsplan. In het uitwerkingsplan is onder meer vastgelegd dat er woningen met tuinen en erven zullen worden gebouwd.
- v) In 1998 is het uitwerkingsplan ‘Uitwerking De Kleisrand II 1998’ vastgesteld. Een deel van het perceel is buiten een uitwerkingsplan gehouden; dit gedeelte betreft de thans kadastraal genummerde percelen sectie [A001], [002] en (gedeeltelijk) [003].
- vi) Op 16 juni 2003 heeft de gemeente met tussenkomst van Bouwfonds een gedeelte van het perceel, te weten perceel sectie [A001], verkocht aan EME II B.V., die het perceel heeft verkocht aan [betrokkene 3]. [betrokkene 3] heeft voor dit perceel op basis van een vrijstelling een bouwvergunning verkregen.
- vii) [betrokkene 1] heeft in een tegen de gemeente en Bouwfonds gevoerde procedure gesteld dat de gemeente en Bouwfonds door deze wijze van handelen het voorkeursrecht hebben geschonden. Bij arrest van 16 maart 2006
- viii) Op 29 maart 2012 heeft de gemeente het bestemmingsplan ‘Wonen Zuid’ voor de betreffende gronden vastgesteld. In dit bestemmingsplan is de woningbouw zoals destijds mogelijk werd gemaakt met uitwerkingsplannen, alsmede de woningbouw gerealiseerd op basis van een vrijstelling, gezamenlijk ondergebracht in de bestemming ‘wonen’.
- ix) Op 28 december 2012 heeft de gemeente opnieuw een deel van het perceel verkocht. Het betreft een gedeelte van ongeveer 83 m2, heeft kadastraal nummer [003] en valt buiten het oorspronkelijke uitwerkingsplan uit 1998. In het bestemminsplan uit 2012 heeft dit gedeelte van het perceel de bestemming ‘tuin’ gekregen hetgeen volgens het bestemmingsplan onderdeel is van de gerealiseerde woningbouw. De gemeente heeft [eiser] c.s. dan wel [betrokkene 1] niet in kennis gesteld van haar voornemen dit deel van het perceel te verkopen en [eiser] c.s. dan wel [betrokkene 1] niet in de gelegenheid gesteld dit deel van het perceel te kopen.
- x) [eiser] c.s. hebben de gemeente bij brief van 4 juli 2013 aangeschreven en aanspraak gemaakt op de boete zoals verwoord in de leveringsakte.
primairdat de bepaling inzake het voorkeursrecht in dit geval niet van toepassing is, en
subsidiairdat de verschuldigde contractuele boete dient te worden gematigd op grond van art. 6:94 BW Pro. Verder heeft de gemeente betwist dat [eiser] c.s. buitengerechtelijke kosten hebben gemaakt.
Grief 2houdt in dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat [eiser] c.s. met hun vordering overvraagd hebben en (op die grond) de proceskosten heeft gecompenseerd en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten heeft afgewezen.
grieven 2 tot en met 4in incidenteel appel komt de gemeente op tegen het oordeel van de rechtbank dat het voorkeursrecht van [eiser] c.s. in dit geval van toepassing is.
(‘de in het bestemmingsplan voorziene woningbouw’). Volgens [eiser] c.s. is de situatie thans feitelijk niet anders dan destijds. Ook is het niet relevant dat thans een nieuw en ander bestemmingsplan geldt dan in de periode waarop het genoemd arrest betrekking had en maakt dat niet dat het voorkeursrecht is komen te vervallen. Volgens hen is bepalend de vraag of op het onderhavige perceel de voorziene woningbouw uit het bestemmingsplan van 1989 (en de daarop gebaseerde uitwerkingsplannen) is gerealiseerd, hetgeen niet het geval is. Ook de omstandigheid dat het perceel de bestemming tuin heeft gekregen is niet relevant voor de beoordeling, aldus [eiser] c.s.
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
“de huidige procedure … een andere feitelijke situatie [betreft]”nu “
er ten aanzien van dit stuk grond geen bouwvergunning geldt waarin is bepaald “dat het bouwplan in strijd is met het geldende bestemmingsplan, omdat de bestemming (...) in een uitwerkingsplan uitgewerkt dient te worden”.”Daartoe wordt aangevoerd dat (i) naar ’s hofs vaststelling de percelen [A001], [002] en (gedeeltelijk) [003] buiten een uitwerkingsplan zijn gehouden (verwezen wordt naar rov. 2 sub e en i), en (ii) volgens de eigen stellingen van de gemeente de
“in het bestemmingsplan 1989 voorziene woningbouw op een klein deel van de grond met behulp van de toen gangbare artikel-19-WRO-vrijstelling gerealiseerd [is]. Dit deel betreft de kadastraal genummerde percelen sectie [A001], [002] en (gedeeltelijk) [003]” (verwezen wordt naar memorie van antwoord en grieven in incidenteel appel, nr. 3.5). Daarmee staat vast dat de huidige procedure dezelfde feitelijke situatie betreft als in 2006, te weten: woningbouw die door middel van een vrijstelling op het litigieuze perceel is gerealiseerd, aldus het middel.
dat de in de loop der jaren op basis van uitwerkingsplannen en vrijstellingen gerealiseerde woningen zijn geïntegreerd in één planologisch regime, waarmee de inhoud van het bestemmingsplan Kleis 1989, de daarop gebaseerde uitwerkingsplannen en de tussentijds verleende vrijstellingen in het nieuwe bestemmingsplan tezamen in één nieuw ruimtelijke kader zijn vervat, en:
dat op grond van dit nieuwe bestemmingsplan (en anders dan op 16 maart 2006) noch van woningbouw op basis van uitwerkingsplannen, noch op basis van vrijstellingen meer sprake is.
nietvast dat de woningbouw door middel van een vrijstelling gerealiseerd is. In cassatie staat juist, onbestreden, vast dat op grond van het (nieuwe) bestemmingsplan ‘Wonen Zuid’ op de litigieuze grond noch van woningbouw op basis van uitwerkingsplannen, noch van woningbouw op basis van vrijstellingen (meer) sprake is. Ook daarom faalt subonderdeel 1.2.
onderdeel 2faalt eveneens.