ECLI:NL:HR:2001:AB2780
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest over gezag van gewijsde bij ontbinding schikkingsovereenkomst
In deze zaak vordert eiser de ontbinding van een schikkingsovereenkomst en betaling van schadevergoeding wegens wanprestatie door verweerder bij schilderswerkzaamheden. Eerder was in een procedure bij de kantonrechter reeds geoordeeld dat eiser het overeengekomen bedrag moest betalen en dat hij zijn betalingsverplichting niet mocht opschorten zonder ontbinding of schadevergoeding te vorderen.
De rechtbank wees de vorderingen van eiser af op grond van het gezag van gewijsde van het vonnis van de kantonrechter. Het Gerechtshof Leeuwarden bekrachtigde dit oordeel, stellende dat de vorderingen van eiser dezelfde rechtsbetrekking betroffen en daarom door het gezag van gewijsde werden gebonden.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het vonnis van de kantonrechter niet heeft beslist over het tekortschieten van verweerder en de daaruit voortvloeiende vorderingen van eiser. Daarmee is het gezag van gewijsde niet van toepassing op deze procedure. Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad veroordeelt verweerder tevens in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof Arnhem.