ECLI:NL:HR:2013:CA0356
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over kinderalimentatie en partneralimentatie bij echtscheiding
In deze echtscheidingszaak stond de hoogte van de kinderalimentatie en partneralimentatie centraal, evenals de vraag of grievend gedrag van de vrouw het recht op partneralimentatie uitsluit. Het hof had het prealabele verweer van de man verworpen dat de vrouw zich zodanig grievend had gedragen dat zij geen aanspraak meer kon maken op partneralimentatie. Tevens had het hof het verzoek van de vrouw om partneralimentatie afgewezen omdat zij in haar eigen levensonderhoud kon voorzien.
De Hoge Raad bevestigt het feitelijke oordeel van het hof over de kinderalimentatie, waaronder het niet meenemen van de kosten van de International School, omdat de kinderen inmiddels een lokale school bezochten en de expatsituatie was beëindigd. Het hof had dit oordeel voldoende gemotiveerd en het cassatieberoep faalt op dit punt.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het prealabele verweer van de man geen belang heeft omdat het hof het verzoek van de vrouw om partneralimentatie al had afgewezen. Het oordeel van het hof over het grievende gedrag van de vrouw draagt de beslissing niet en krijgt daarom geen gezag van gewijsde.
De Hoge Raad verduidelijkt dat beslissingen over grievend gedrag voorafgaan aan en anders zijn dan beslissingen over behoefte en draagkracht op grond van art. 1:401 BW Pro, en dat dergelijke beslissingen in beginsel gezag van gewijsde kunnen krijgen. De Hoge Raad verwerpt zowel het principale als het incidentele cassatieberoep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof over kinderalimentatie en partneralimentatie.