Conclusie
4.Het middelricht zich tegen het bewezenverklaarde medeplegen.
[betrokkene 2]:
[betrokkene 1]:
[betrokkene 3]:
Parket bij de Hoge Raad
Op 19 oktober 2013 werd te Bodegraven een poging tot woninginbraak gepleegd waarbij verdachte en drie anderen betrokken waren. Zij werden kort na de poging aangehouden in een auto nabij de woning, waarin een schroevendraaier werd aangetroffen die forensisch was gekoppeld aan braakschade aan het keukenraam. Getuigen verklaarden dat zij mannen bij de woning zagen en dat een auto met gedoofde lichten snel wegreed.
Het hof oordeelde dat verdachte en zijn medeverdachten nauw en bewust hadden samengewerkt bij de poging tot inbraak, ook al kon niet worden vastgesteld wie precies welke rol had. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en herhaalde dat voor medeplegen een bijdrage van voldoende gewicht vereist is, maar dat een nauwkeurige rolverdeling niet noodzakelijk is wanneer verdachte geen aannemelijke verklaring geeft voor zijn aanwezigheid.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat zich richtte op de bewezenverklaring van medeplegen en oordeelde dat het hof voldoende en begrijpelijk had gemotiveerd waarom verdachte als medepleger moest worden aangemerkt. De veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van poging tot woninginbraak met een gevangenisstraf van drie maanden.