Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
6 juni 2017.
Hoge Raad
Op 19 oktober 2013 vond een poging tot woninginbraak plaats aan een woning te Bodegraven. Verdachte en drie medeverdachten werden kort daarna in een auto aangetroffen nabij de woning, in bezit van een schroevendraaier die bij de poging tot inbraak was gebruikt. Getuigen zagen twee mannen bij de woning wegrennen na het aanzetten van het licht.
Het hof verklaarde bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten gezamenlijk en bewust hadden samengewerkt bij de poging tot woninginbraak, ondanks dat niet exact kon worden vastgesteld wie welke rol had. De verdachte gaf geen geloofwaardige verklaring voor zijn aanwezigheid bij de woning in de nacht.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor medeplegen, waarbij sprake moet zijn van nauwe en bewuste samenwerking met een bijdrage van voldoende gewicht. Het hof heeft dit gemotiveerd en voldoende feiten en omstandigheden in aanmerking genomen.
Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof standhoudt en de veroordeling voor medeplegen van poging tot woninginbraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen poging tot woninginbraak wordt bevestigd.