Conclusie
welis bestemd [3] .
na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raadopnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.
Parket bij de Hoge Raad
Verzoeker heeft op 21 juli 2017 een cassatieverzoekschrift ingediend tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat een eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland bekrachtigde. Het verzoekschrift werd echter niet ingediend ter griffie van de Hoge Raad en was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, wat een vereiste is volgens art. 292 lid 7 Fw Pro.
De griffie van de Hoge Raad heeft verzoeker geïnformeerd over deze procedurele tekortkomingen en hem de mogelijkheid geboden het verzuim te herstellen door binnen twee weken een door een advocaat bij de Hoge Raad ondertekend verzoekschrift in te dienen. Verzoeker heeft om uitstel gevraagd en verzocht om aanwijzing van een cassatieadvocaat, maar dit is niet toegekend.
Uiteindelijk is het verzuim niet hersteld binnen de gestelde termijn. De Hoge Raad overweegt dat het indienen van het verzoekschrift bij het verkeerde gerechtshof op eigen risico van verzoeker is, omdat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet als een overkoepelende administratieve organisatie van de Hoge Raad kan worden beschouwd. Ook wordt bevestigd dat het ontbreken van de handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad een niet-ontvankelijkheid tot gevolg heeft.
De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet voldoen aan de vereisten van art. 292 lid 7 Fw Pro en het niet tijdig herstellen van dit verzuim.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad en het niet tijdig herstellen van dit verzuim.