Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
a fortioriredenering achtte het hof echter wél van toepassing § 5.4.3 van het Besluit (recht op aftrek voor zover bij de overdragende gelieerde partij een desinvesteringsbijtelling plaatsvindt). Bij [A] BV vond weliswaar geen bijtelling plaats, maar dat laat zich horen als [A] BV ook geen aftrek heeft genoten. De bedoeling van § 5.4.3 van het Besluit is verzekeren dat slechts één keer aftrek wordt verleend. Aan die ratio is in casu voldaan, aldus het Hof. Ten overvloede overwoog hij dat belanghebbendes geval niet wezenlijk verschilt van een
sale and lease backmet een onafhankelijke derde, die wél tot aftrek leidt. Daarmee was de belanghebbende nog niet binnen, want § 5.4.4 van het Besluit eist dat geen rechten bij de overdrager achterblijven en gezien HR
BNB2013/248 [2] is een WKK onroerend, zodat een opstalrecht gevestigd had moeten worden. Dat kon de belanghebbende tot het wijzen van dat arrest echter niet weten, zodat een redelijke rechtstoepassing volgens het Hof meebracht dat de belanghebbende recht op aftrek heeft mits zij alsnog een opstalrecht doet vestigen.
sale and lease backmet een derde. De uitsluiting van gelieerde transacties is zijns inziens niet beperkt tot misbruik.
sale and lease backmet een derde op te zetten, die hij wél facilieerbaar achtte, hetgeen belanghebbendes aandeelhoudster om haar moverende redenen (te duur) niet heeft gedaan, en (v) belanghebbende(s aandeelhoudster) reeds in eerste aanleg bekend was met HR
BNB2013/248, maar ook ten tijde van de zitting van het Hof nog geen opstalrecht op de WKK had doen vestigen en daardoor niet aan de voorwaarden voor ontheffing voldeed doordat [A] BV eigenaar is gebleven.
sale and lease backmet een ongelieerde derde-financier doet zich mijns inziens niet voor.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
Prüfprotokoll für elektrische Anlagenen op 9 september 2009 het
Erstinbetriebnahmedatenblattheeft ingevuld. Op 10 september 2009 is ter gelegenheid van de
Inbetriebnahmeeen
Service Reportopgemaakt.
controllervan [A] BV is de investering in de WKK niet binnen drie maanden na het aangaan van de verplichtingen jegens [B] BV als energie-investering gemeld bij Bureau IRWA (thans de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Uit in eerste aanleg overgelegde stukken blijkt dat reeds in september 2009 met de Inspecteur naar oplossingen is gezocht. De mogelijkheid van een
sale and lease backmet een derde partij is besproken, maar dat was te duur voor [A] BV. [3] De Inspecteur zag in het op art. 8(11) Wet Vpb gebaseerde Besluit [4] van de Staatssecretaris tot ontheffing van de uitsluiting (art. 8(8) Wat Vpb) van gelieerde investeringen geen ruimte voor het (alsnog) toekennen van energie-investeringsaftrek aan de belanghebbende als de WKK aan haar zou worden overgedragen (zie bijlagen 33 en 35 bij de conclusie van dupliek van de Inspecteur in eerste aanleg). Op 1 oktober 2009 werden niettemin de rechten en verplichtingen uit de overeenkomst tot levering van de WKK door [A] BV overgedragen aan de belanghebbende. Daarna werd het
Abnahmeprotokollondertekend en begon de garantietermijn. Een dag later is de WKK door de belanghebbende in gebruik genomen en begon de productie van elektriciteit die zij levert aan groepsmaatschappijen en aan het net. Op 10 december 2009 heeft de belanghebbende haar investering in de WKK bij Bureau IRWA gemeld als energie-investering. De laatste twee termijnen à € 397.698 zijn voldaan op 13 januari 2010 en 12 februari 2010. Op 12 februari 2010 ontving de belanghebbende de verklaring van SenterNovem dat de WKK op grond van de Energielijst 2009 een kwalificerende energie-investering is (zie art. 3.42(2) Wet IB 2001), die in beginsel in aanmerking komt voor energie-investeringsaftrek.
BNB2013/248 [5] ) en geen opstalrecht ten gunste van de belanghebbende is gevestigd, [6] waardoor naar de letter – onverhoopt - (ook) niet aan de voorwaarden voor ontheffing ex § 5.4.4 Besluit is voldaan.
sale and lease backmet derden wél energie-investeringsaftrek wordt verleend. De Inspecteur achtte een dergelijke transactie met derden niet vergelijkbaar met de overdracht aan de belanghebbende. Hij heeft het Ministerie daarover geraadpleegd, dat te kennen gaf dat het Besluit niet mocht worden opgerekt, ook niet voor bonafide gevallen.
NTFR2015/1222 de taak van de Inspecteur om als het maar even kan het verlies van de aftrek te voorkomen. Hij sluit niet uit dat de WKK altijd bestemd is geweest om door de belanghebbende gebruikt te worden en raadt de Inspecteur aan nog eens te kijken naar de intentie van [A] BV:
BNB1990/32 niets kan worden afgeleid over de kwalificatie van een goed voor de eerste ingebruikname. Hij herhaalde dat het Besluit volgens het Ministerie van Financiën limitatief is. De neutraliseringsregeling ex § 5.4.3 van het Besluit biedt geen soelaas omdat geen desinvesteringsbijtelling heeft plaatsgevonden. Bovendien zijn bij [A] BV (eigendoms)rechten achtergebleven omdat op de WKK geen recht van opstal ten gunste van de belanghebbende is gevestigd, zodat ook daardoor niet aan de voorwaarden van het Besluit wordt voldaan.
BNB2013/248 [9] oordeelde dat een WKK onroerend is, gingen de partijen ervan uit dat een WKK roerend was en dus geen recht van opstal hoefde te worden gevestigd. De belanghebbende heeft zich bij pleitnota in eerste aanleg en bij pleidooi in hoger beroep bereid verklaard alsnog een recht van opstal te doen vestigen. Voorts beriep zij zich opnieuw op het gelijkheidsbeginsel in verband met de wél gefacilieerde
sale and lease backmet een derde.
a fortiorivoor energie-investeringsaftrek in aanmerking kwam, nu slechts één keer aftrek wordt gevraagd:
sale and lease backmet een onafhankelijke derde onvoldoende verschilt van belanghebbendes geval:
NTFR2016/892 ’s Hofs oordeel bevredigend, maar diens argumentatie niet overtuigend. De Redactie
FutD2016/0266 meent dat het Hof de WKK terecht reeds bij [A] BV als bedrijfsmiddel aanmerkte en achtte belanghebbendes andersluidende stelling onlogisch, omdat de energie-investeringsaftrek al wel wordt gevraagd vóór ingebruikname. Hoewel de Redactie ’s Hofs uitspraak sympathiek acht, uit zij twijfels bij de juistheid van zijn uitspraak:
3.Het geding in cassatie
sale and lease backaangegaan en hebben geen opstalrecht op de WKK gevestigd.
sale and lease backmet een onafhankelijke derde acht de Staatssecretaris onbegrijpelijk. Er wordt immers geen bedrijfsmiddel gekocht en terugverhuurd. Over ‘s Hofs voorwaarde dat alsnog een opstalrecht wordt gevestigd, merkt de Staatssecretaris op dat in het fiscale recht moet worden uitgegaan van de werkelijke feiten in het geschiljaar, zodat geen rekening kan worden gehouden met een mogelijk achteraf optredend civielrechtelijk gevolg van een kennelijk met terugwerkende kracht te vestigen recht van opstal.
4.Energie-investeringsaftrek
Stb.591). [21]
Zesde lid.De bij dit lid voorgestelde uitsluiting van bepaalde transacties van de investeringsbijdrage is een continuering van een overeenkomstige bepaling welke voorkomt in de regeling van de investeringsaftrek. De bevoegdheid van de Minister van Financiën om in gevallen van reële investeringen de uitsluiting ongedaan te maken, is thans opgenomen in het zevende lid.
BNB1992/230 [28] oordeelde u dat de in art. 23d(4)(c) Wet Vpb (de voorloper van art. 8(8)(c) Wet Vpb) opgenomen uitsluiting van verplichtingen tussen verbonden vennootschappen ook geldt als niet de vennootschap zelf, maar de curator in haar faillissement een koopovereenkomst sluit met een gelieerde vennootschap, zodat de laatstgenoemde vennootschap geen investeringsaftrek deelachtig wordt.
5.4.2.2.2.De aandelenvennootschap gaat verplichtingen aan ter zake van de verwerving van bedrijfsmiddelen
- jegens haar groot-aandeelhouder, waarbij de bedrijfsmiddelen tot dat tijdstip tot het ondernemingsvermogen van de groot-aandeelhouder van zijn in Nederland gedreven (gedeelte van zijn) onderneming behoorden; of
6.Behandeling van het middel
mismatchzou optreden vergelijkbaar met die waarvoor de boven (onderdeel 5.3) weergegeven neutraliseringsregeling in het Besluit is getroffen. Men kan met het Hof eens zijn dat sprake is van een bonafide geval in de zin dat van misbruik geen sprake is en dat als voor intraconcernoverdrachten aftrek wordt verleend tot het bedrag van de bijtelling bij de overdrager om éénmaal aftrek zeker te stellen, ook in belanghebbendes geval éénmaal aftrek op zijn plaats zou kunnen zijn.
détournement de pouvoirtoepast).
sale and lease backmet een derde op te zetten, die hij wél facilieerbaar achtte, hetgeen belanghebbendes aandeelhoudster om haar moverende redenen (te duur) niet heeft gedaan, en (v) belanghebbende(s aandeelhoudster) reeds in eerste aanleg bekend was met HR
BNB2013/248, maar ook ten tijde van de zitting van het Hof geen opstalrecht had doen vestigen, waardoor, gezien § 5.4.4 van het Besluit, hoe dan ook niet kon worden voldoen aan de voorwaarden voor ontheffing doordat [A] BV eigenaar van de WKK is gebleven.
sale and lease backmet een ongelieerde derde niet ten overvloede gegeven. Ook die overweging kan ’s Hofs oordeel echter mijns inziens niet dragen. Die overweging is in wezen toewijzing van een beroep op het gelijkheidsbeginsel, maar gezien art. 8(8) Wet Vpb zijn gelieerde transacties juist niet vergelijkbaar met ongelieerde transacties, hetgeen overigens alleen al volgt uit het gegeven dat de belanghebbende ondanks de mogelijkheid daartoe geen gebruik heeft willen maken van een
externesale and lease back, terwijl bovendien geen sprake is van
sale, nu er civielrechtelijk niets overgedragen blijkt te zijn en ook ten tijde van de zitting van het Hof nog geen opstalrecht was gevestigd. Bij mijn weten kan een opstalrecht vanwege de goederenrechtelijke werking en de rechtszekerheid die de registers moeten bieden ook niet met terugwerkende kracht worden gevestigd, al zijn er feitenrechters die ervan uitgaan dat een erfpachtrecht met terugwerkende kracht kan worden omgezet in een opstalrecht. [34]