ECLI:NL:CBB:2003:AF6864
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing energie-verklaring wegens te late melding verplichtingen
Remu N.V. had een verzoek ingediend voor een energie-verklaring op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 voor een warmtepompinstallatie. Verweerder wees dit verzoek af omdat de melding van de verplichtingen niet binnen de vereiste termijn van drie maanden na het aangaan van de verplichtingen was gedaan.
Appellante stelde dat de overeenkomst pas op 3 april 2001 tot stand was gekomen en dat de melding van 27 juni 2001 dus tijdig was. Verweerder stelde dat de overeenkomst reeds op 27 maart 2001 was aangegaan door ondertekening en terugzending van een door C opgestelde overeenkomst.
Het College oordeelde dat de ondertekende fax van 27 maart 2001 door appellante en de eerdere ondertekening namens C op 26 maart 2001 aantonen dat de overeenkomst op 27 maart 2001 rechtsgeldig tot stand was gekomen. De latere overeenkomst van 3 april 2001 was inhoudelijk gelijk en veranderde hier niets aan. De termijnoverschrijding was niet verschoonbaar en lag geheel binnen de risicosfeer van appellante. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Remu N.V. tegen de afwijzing van haar verzoek om een energie-verklaring wegens te late melding is ongegrond verklaard.