ECLI:NL:CBB:2004:AO9929
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering energie-investeringsaftrek wegens te late indiening
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken waarin haar verzoek om een energieverklaring op grond van artikel 3.42 van de Wet inkomstenbelasting 2001 werd afgewezen vanwege overschrijding van de indieningstermijn.
De kern van het geschil betrof de vraag of de te late indiening van het verzoek om een energieverklaring verschoonbaar was. Appellante stelde dat het verzoek aanvankelijk door een derde partij, dakdekkersbedrijf C, zou worden ingediend, maar dat deze partij failliet ging en daardoor nalatig was. Appellante heeft het verzoek uiteindelijk zelf ingediend, maar ruim anderhalve maand na het faillissement.
Het College oordeelde dat appellante geen geldige reden had aangevoerd die de overschrijding van de termijn verschoonde. De verantwoordelijkheid voor tijdige indiening lag bij appellante, en het faillissement van C rechtvaardigde de vertraging niet. Ook het niet tijdig beslissen door verweerder op het bezwaar deed hieraan niet af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van de energieverklaring wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.