Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte wederrechtelijk is binnengedrongen en heeft vertoefd in een gebouw als bedoeld in art. 138a Sr onjuist is, althans onbegrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd.
vertoevenniet wordt geklaagd, [9] de kwalificatie van het bewezen verklaarde met weglating van het binnendringen niet zou veranderen en uit de strafmotivering niet blijkt dat het hof het bewezen verklaarde binnendringen in de uiteindelijke straf in strafverzwarende zin in aanmerking heeft genomen, valt niet in te zien dat de verdachte enig in rechte te respecteren belang heeft bij cassatie op dit punt.
tweede middelklaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat door de rechthebbenden het gebruik van het gebouw is beëindigd, althans dat dit oordeel ontoereikend is gemotiveerd.