Conclusie
middelricht zich met rechts- en motiveringsklachten tegen de veroordeling wegens mensenhandel.
ertoe heeft gebrachtzich beschikbaar te stellen tot het verrichten van betaalde seksuele handelingen.
het medenemen van een ander,in casu [betrokkene 1]. Naar het oordeel van het hof dient ‘medenemen’ te worden begrepen als ‘het met zich voeren van iemand’. Hierbij is niet van belang of die persoon heeft ingestemd met dit (grensoverschrijdend) vervoer en evenmin behoeft te blijken dat de wijze van medenemen zijn of haar keuzevrijheid heeft beperkt. Immers vereist lid 1 onder 3° niet dat - zoals ook de rechtbank heeft overwogen - sprake is geweest van enig dwangmiddel.
'met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling’.
ongeacht de omstandigheden of deze daarbij vrijwillig betrokken is geraakt dan wel reeds eerder bij prostitutie betrokken was(vgl. HR 6 juli 1999, ECLI:NL:HR:1999: AB9475, NJ 1999/701, rov. 3.3.5 en onder verwijzing hiernaar: HR 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:669, rov. 3.4).
zodatzij in de prostitutie kon gaan werken.