Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Genotsrechten onder de terbeschikkingstellingsregeling
genotsrechten.
genotsrecht: elke gerechtigdheid tot voordelen uit goederen. (…)
13.2. Recht van opstal
5.Beschouwing en behandeling van de middelen
communis opiniodat de vergoedingen voor de opstalrechten weliswaar ‘at arm’s length’ tot stand zijn gekomen, doch dat de retributies uitgaande van de waarde in vrije staat van deze onroerende zaken op 1 januari 2001 op dat moment niet meer marktconform zijn. Ook zijn zij het erover eens dat, indien bij de bepaling van de WEV rekening moeten worden gehouden met deze waardedrukkende factor, het onderrendement voor de percelen gelegen aan de [b-straat 1, 2 en 3] € 447.355 bedraagt, en € 332.190 voor de percelen gelegen aan de [b-straat 3a]. [34]