ECLI:NL:HR:2013:BW7728
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over jaar van afrekening bij beëindiging pachtovereenkomst en toepassing artikel 3.92 Wet IB 2001
Belanghebbende had voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gekregen naar aanleiding van de beëindiging van een pachtovereenkomst met terugwerkende kracht per 1 januari 2001. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank en het Hof werd de aanslag gehandhaafd in het jaar 2002.
De kern van het geschil betrof de vraag of de boekwinst uit de beëindiging van de pachtovereenkomst moest worden belast in het jaar 2002 of in het jaar 2003, het jaar waarin de pachtovereenkomst feitelijk werd beëindigd. Het Hof oordeelde dat belanghebbende aan zijn keuze voor 2002 moest worden gehouden, ondanks dat de pachtovereenkomst op 27 februari 2003 werd beëindigd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en de eerdere uitspraken. De Hoge Raad stelt dat de ontbinding van de pachtovereenkomst met terugwerkende kracht de terbeschikkingstelling niet ongedaan maakt en dat de boekwinst dan ook in 2003 moet worden belast. De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €29.488. Daarnaast worden de proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van artikel 3.92 Wet IB 2001 en het jaar van afrekening bij beëindiging van een pachtovereenkomst met terugwerkende kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt eerdere uitspraken en bepaalt dat de boekwinst uit de beëindiging van de pachtovereenkomst in 2003 moet worden belast, met vermindering van de aanslag tot een belastbaar inkomen van €29.488.