Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
RvdW2003, 169).
Parket bij de Hoge Raad
Deze zaak betreft een geschil over de verjaring van een schadevordering van verzoeker c.s. tegen de stichting Fundashon Kas Popular (FKP) wegens bouwgebreken aan een woning op Curaçao. Verzoekers kochten de woning in 1996 en constateerden haarscheurtjes die in ernst toenamen. In 2008 werd een procedure gestart met een vordering tot vervanging van de woning of subsidiair schadevergoeding.
De rechtbank wees de primaire vordering af maar kende schadevergoeding toe. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de schadevergoeding af wegens verjaring. De Hoge Raad toetste het oordeel van het hof over de aanvang van de verjaringstermijn op basis van art. 3:310 lid 1 BW Pro Curaçao, gelijkluidend aan het Nederlandse BW.
De Hoge Raad bevestigde dat de verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een vordering in te stellen, waarbij subjectieve bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon vereist is, maar geen volledige juridische kennis. De enkele stelling dat ernstige schade pas vanaf 2004 bestond, was onvoldoende om het hof te weerleggen dat de verjaringstermijn eerder was begonnen. Ook het beroep op stuiting door erkenning werd verworpen omdat het hof terecht oordeelde dat geen schuld werd erkend.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof bleef staan dat de vordering verjaard was. De zaak verduidelijkt de toepassing van verjaring bij progressieve schade en de eisen aan bekendheid en bewijs in verjaringszaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding is verjaard.