ECLI:NL:HR:2004:AN8903
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verjaring van schadevordering wegens condensatieprobleem na dakwerkzaamheden
Eiseres gaf verweerster in juli 1989 opdracht om het pannendak van haar woning te vervangen door een shinglesdak en een goot te vernieuwen. Na de werkzaamheden ontstonden lekkages en vochtplekken in de woning. Eiseres hield een deel van de factuur onbetaald en startte een procedure. In een eerdere procedure wees de kantonrechter haar reconventionele vordering af. Het hof vernietigde een tussenvonnis en wees de vordering van eiseres af op grond van gezag van gewijsde en verjaring.
Eiseres stelde in cassatie dat de schade niet door lekkages maar door condensatie werd veroorzaakt, een gevolg van de dakconstructie die verweerster had aangebracht. Verweerster beriep zich op gezag van gewijsde en verjaring. De rechtbank wees deze beroepen af, maar het hof honoreerde ze en wees de vordering af.
De Hoge Raad oordeelt dat de verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen zodra eiseres daadwerkelijk in staat was een vordering in te stellen, ook zonder kennis van de oorzaak. Omdat eiseres vanaf april 1995 bekend was met de schade en de aansprakelijke partij, was haar vordering in 1998 verjaard. Het beroep op gezag van gewijsde is eveneens terecht. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de schadevordering wegens verjaring en gezag van gewijsde.