Conclusie
eerste middel, dat gericht is tegen de bewezenverklaring van feit 2, de belediging, bevat vier deelklachten die samenhangen met het feit dat de bewezenverklaring uitsluitend een al dan niet correcte Nederlandse vertaling bevat van de Papiamentse woorden die de verdachte zou hebben geuit tegenover de politie.
tweede middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte en met een ontoereikend gemotiveerde verwerping van het verweer van de verdediging het bestanddeel ‘in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening’ van het onder 4. ten laste gelegde bewezen heeft verklaard.
- Verbalisant [verbalisant 4] werd aangesproken door collega [verbalisant 1] , die hem verdachte aanwees als degene die moest worden aangehouden.
- Verschillende mensen bemoeiden zich met de aanhouding.
- Verbalisant [verbalisant 4] heeft tegen verdachte gezegd dat hij was aangehouden.
- De verdachte heeft niet meegewerkt aan zijn aanhouding in eerste instantie omdat hij werd vastgehouden door [betrokkene] en hij zich niet aan die greep heeft onttrokken.
- Verbalisant [verbalisant 4] heeft in het kader van de aanhouding van de verdachte zijn wapenstok getrokken en heeft de verdachte daarmee geslagen, nadat hij hem uit de greep van [betrokkene] heeft getrokken.
- de aard en ernst van het vergrijp ter zake waarvan de verdachte werd aangehouden, te weten de belediging van politieambtenaren (terwijl niet zonder meer blijkt dat [verbalisant 4] geïnformeerd was over deze verdenking),
- de aard en ernst van het verzet van de verdachte, anders dan dat verdachte zich in een andere richting bewoog dan de verbalisant hem stuurde,
- de aard en ernst van het door verbalisant [verbalisant 4] toepaste geweld,
- de vraag of de verbalisant in overeenstemming met de ambtsinstructie heeft gehandeld.
derde middelbevat twee deelklachten over de strafoplegging.
LJNBA 7918,
NJ2008, 33). Aan een dergelijke ingrijpende inbreuk in de bewegingsvrijheid van de verdachte moet een wettelijke regeling ten grondslag liggen die voldoet aan de uit art. 2, derde en vierde lid, Vierde Protocol bij het EVRM voortvloeiende eisen van kenbaarheid en voorzienbaarheid. Art. 17c, tweede lid, onder e, SrNa kan niet gelden als zo'n regeling.” [18]