Verdachte heeft ten aanzien van hetgeen vervoerd moest worden, verklaard dat hij niet wist wat er vervoerd moest worden, maar dat hij ‘diep van binnen’ wel wist dat het om drugs ging. Voor het regelen van het transport zou verdachte een geldelijke vergoeding krijgen. Er was gesproken over een beloning van € 15.000,-, waarvan hij € 1.500,- zou krijgen.
Nadat verdachte door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] was benaderd, heeft verdachte [betrokkene 1] ingeschakeld, waarna [betrokkene 1] de hem bekende [betrokkene 2] heeft benaderd. [betrokkene 2] heeft op zijn beurt vervolgens [slachtoffer 1] (het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ) gevraagd om het pakket naar Engeland te vervoeren.
Op 8 augustus 2011 is verdachte samen met [betrokkene 1] naar Amsterdam gereden om de spullen op te halen. [betrokkene 1] heeft de tas met inhoud meegenomen en [slachtoffer 1] heeft uiteindelijk de tas die avond bij [betrokkene 1] opgehaald.
De tas had - naar het hof begrijpt - op donderdag 11 augustus 2011 in Engeland moeten zijn afgeleverd, maar [betrokkene 1] had op de zondag daarna [het hof begrijpt: op 14 augustus 2011] nog niets vernomen omtrent het welslagen van het transport. Tussen 10 en 14 augustus 2011 verbleef verdachte in Marokko.
Op 13 augustus 2011 heeft er een ontmoeting plaatsgevonden in het Eftelinghotel te Kaatsheuvel. Bij die ontmoeting waren onder meer [medeverdachte 2] , [slachtoffer 1] en [betrokkene 1] aanwezig. De ontmoeting ging over het pakket dat niet overeenkomstig de gemaakte afspraken afgeleverd was in Engeland.
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij in het Eftelinghotel heeft gesproken over een geldschuld.
Verdachte heeft verklaard dat - nadat hij was teruggekeerd uit Marokko - hij op 15 augustus 2011 thuis is bezocht door [medeverdachte 2] en een andere Albanees. Het gesprek ging over het bedoelde pakket dat nog steeds niet was afgeleverd. Ze vroegen hem waar het spul was en hij werd naar eigen zeggen onder druk gezet. Aan verdachte is toen verteld dat als ze het pakket niet terug zouden krijgen, ze geld van hem wilden hebben. Naar aanleiding hiervan is verdachte een en ander gaan uitzoeken en is hij via [betrokkene 1] aan het adres van [slachtoffer 1] gekomen. Verdachte heeft de adresgegevens in Amsterdam aan [medeverdachte 1] gegeven. [medeverdachte 2] was bij die gelegenheid ook aanwezig. Verdachte heeft verklaard dat hij weet dat, nadat hij het adres aan hen had gegeven, de Albanezen nog langs de woning van [slachtoffer 1] zijn gereden.
Uit de historische telefoongegevens blijkt dat er op 20 augustus 2011 meerdere keren contact is geweest tussen de telefoons van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , alsmede tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] .