Conclusie
De feiten
De voorgeschiedenis
3.Toereikend bewijs voor poging tot doodslag
4.Ontoereikend bewijs voor medeplegen van poging tot doodslag
6.Openlijke geweldpleging
eerste middelklaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde en richt zich tegen het oordeel van het Hof dat sprake was van de voor voorwaardelijk opzet vereiste aanmerkelijke kans, alsmede tegen het oordeel dat de schutters die aanmerkelijke kans bewust hebben aanvaard.
tweede middelklaagt over de bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde en richt zich tegen het – kennelijke – oordeel van het Hof dat verdachte een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het door anderen gepleegde geweld.
derde middelklaagt over schending van de redelijke (inzend)termijn in de cassatiefase.