ECLI:NL:HR:2004:AO1498
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.L.M. Urlings
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij dodelijk schot tijdens vechtpartij
Op 13 december 2001 sloeg verdachte tijdens een vechtpartij met een pistool, dat hij niet had gecontroleerd op lading, herhaaldelijk op het hoofd van het slachtoffer. Het pistool ging af, waarbij het slachtoffer een dodelijke kogel in de nek kreeg en op 4 januari 2002 overleed.
Het hof oordeelde dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat het pistool zou afgaan en het slachtoffer zou doden, en kwalificeerde dit als voorwaardelijk opzet. De verdachte had het wapen bij de kolf vast, met vingers nabij de trekker, en sloeg van zeer korte afstand, zonder te weten of het geladen was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van verdachte. De Hoge Raad benadrukte dat voorwaardelijk opzet vereist dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard. De gedragingen van verdachte waren zo gericht op het mogelijke gevolg dat het niet anders kon zijn dan dat hij dit bewust aanvaardde.
Het arrest vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank Rotterdam en bevestigde het hofarrest dat verdachte veroordeelde tot tien jaar gevangenisstraf voor doodslag. De Hoge Raad vond geen reden om het arrest te vernietigen en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer en veroordeelt hem tot tien jaar gevangenisstraf wegens doodslag.