Conclusie
middelbehelst de klacht dat het bewezen verklaarde opzet niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
gericht op [slachtoffer]heeft geschoten.
Parket bij de Hoge Raad
Op 16 april 2012 vond nabij een school in Amsterdam een incident plaats waarbij de verdachte, naar aanleiding van een ruzie, met een vuurwapen meerdere keren in de richting van het slachtoffer heeft geschoten. Het hof Amsterdam heeft de verdachte primair veroordeeld voor poging tot doodslag tot een gevangenisstraf van vijf jaar. De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte opzet had aangenomen en dat slechts één schot bewezen kon worden verklaard.
Het hof baseerde zijn oordeel op getuigenverklaringen, camerabeelden waarop de verdachte met een vuurwapen te zien is, de herkenning van de verdachte door getuigen en het aantreffen van een hulsel. Het hof verwierp het verweer van de verdediging dat de verdachte niet opzettelijk handelde en dat het alternatieve scenario dat het slachtoffer zelf de schutter was aannemelijk zou zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer zou overlijden, en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft dat de verdachte meerdere keren gericht heeft geschoten. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag.