ECLI:NL:HR:2008:BF0271
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering voorwaardelijk opzet bij schietincident
Op 22 augustus 2005 schoot verdachte in Den Haag twee keer met een semi-automatisch pistool. Hij achtervolgde daarbij een persoon met wie hij onenigheid had, het slachtoffer, en loste een schot onder een hoek van ongeveer 45 graden richting het trottoir achter het slachtoffer, gevolgd door een schot in de lucht. Het hof oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer dodelijk zou worden getroffen, waarmee voorwaardelijk opzet was komen vast te staan.
Verdachte verklaarde dat hij een geoefend schutter was en zich bewust was van het onvoorspelbare gedrag van een ketsende kogel. Forensisch onderzoek vond hulzen en een kogelfragment op de plaats van het incident, wat de verklaring van verdachte ondersteunde dat hij gericht op het trottoir schoot. Het hof achtte bewezen dat het schot in de richting van het slachtoffer was afgevuurd en dat sprake was van voorwaardelijk opzet.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat het schot daadwerkelijk in de richting van het slachtoffer was afgevuurd, en dat het oordeel over de aanmerkelijke kans op dodelijk treffen ontoereikend was gemotiveerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering omtrent voorwaardelijk opzet.