ECLI:NL:HR:2004:AP4455
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring poging tot doodslag wegens ontoereikend bewijs van voorwaardelijk opzet
De zaak betreft het cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van doodslag en poging tot doodslag. Op 20 juli 2002 schoot verdachte met een pistool in de richting van een wegrennend slachtoffer, waarbij het slachtoffer in het onderbeen werd geraakt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer dodelijk zou worden getroffen. De vaststelling dat verdachte een ongeoefend schutter zou zijn, is niet onderbouwd met wettige bewijsmiddelen en kan het oordeel niet dragen.
Daarom is de bewezenverklaring van de poging tot doodslag niet naar de eis der wet met redenen omkleed en wordt het arrest vernietigd voor zover dit betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bewezenverklaring en strafoplegging voor poging tot doodslag wegens ontoereikend bewijs en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.