ECLI:NL:HR:2010:BN1014
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen dagvaarding wegens verjaring bij omkoping niet-ambtenaren
Deze zaak betreft een bezwaarschrift tegen dagvaarding wegens vermeende omkoping van niet-ambtenaren, gepleegd tussen juli 2000 en februari 2003. Verdachte werd beschuldigd van het doen van giften en beloften aan twee betrokkenen, in verband met vastgoedtransacties. Het geschil spitst zich toe op de vraag wanneer de verjaringstermijn aanvangt en of deze is gestuit.
Het hof stelde dat de verjaringstermijn begint op het moment dat de gift wordt gedaan of opdracht tot effectuering wordt gegeven, en dat een brief van de Officier van Justitie waarin een voornemen tot vervolging wordt aangekondigd, een daad van vervolging is die de verjaring stuit. De verdediging betwistte dit en voerde aan dat de brief geen daad van vervolging is en dat de verjaringstermijn al was verstreken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht de verjaringstermijn laat aanvang nemen bij het moment van de gift, maar dat het hof ten onrechte de brief van de Officier van Justitie als daad van vervolging heeft aangemerkt. Een daad van vervolging moet gericht zijn op het verkrijgen van een voor tenuitvoerlegging vatbare rechterlijke beslissing, wat hier niet het geval was. Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden oordeel en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over stuiting verjaring en verwijst zaak terug voor verdere behandeling.