ECLI:NL:PHR:2014:1931
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepteelt wegens onvoldoende motivering en onjuiste rechtsopvatting
In deze zaak ging het om de ontnemingsvordering van wederrechtelijk verkregen voordeel door middel van hennepteelt. Het hof Arnhem-Leeuwarden had veroordeelde opgelegd een bedrag van €18.402 aan de Staat te betalen, gebaseerd op de aanname dat er vier oogsten hennep waren geweest in de betreffende periode. De verdediging voerde aan dat deze aanname onvoldoende was onderbouwd en dat er slechts sprake was van het kweken van stekken in plaats van toppen, wat een aanzienlijk verschil maakt voor de voordeelberekening.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het direct van vier oogsten was uitgegaan en niet had gereageerd op het onderbouwde verweer van de verdediging over de gedaanteverandering van de kwekerij. Dit was in strijd met artikel 359, tweede lid, Sv, wat nietigheid tot gevolg heeft. Tevens stelde de Hoge Raad vast dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de kosten voor illegaal afgenomen elektriciteit niet in mindering konden worden gebracht omdat niet was gebleken dat verdachte deze had voldaan. Volgens artikel 36e, achtste lid, Sr, moet een in rechte toegekende vordering tot schadevergoeding wel in mindering worden gebracht, ongeacht betaling.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Hiermee werd bevestigd dat de ontnemingsuitspraak een voldoende onderbouwing moet bevatten van de feitelijke vaststellingen die de hoogte van het voordeel bepalen, en dat de regels omtrent aftrek van civiele vorderingen strikt moeten worden toegepast.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de ontnemingsvordering.