ECLI:NL:PHR:2014:1761
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing Schumacker-jurisprudentie op hypotheekrenteaftrek bij grensoverschrijdende arbeid en meerderheidsaandeelhouder
Belanghebbende, een Nederlandse meerderheidsaandeelhouder die in Spanje woont, ontving in 2007 arbeidsinkomsten uit Nederland en Zwitserland en had een eigen woning in Spanje met hypotheekrenteaftrek. Hij stelde dat hij op grond van de Schumacker-jurisprudentie aanspraak had op hypotheekrenteaftrek in Nederland zonder beroep te hoeven doen op de keuzeregeling van artikel 2.5 Wet IB 2001.
De Rechtbank en het Hof verklaarden zijn beroep ongegrond en oordeelden dat hij geen werknemer was in de zin van het Europese recht, waardoor de Schumacker-uitzondering niet van toepassing was. De A-G concludeerde dat de Schumacker-jurisprudentie ook geldt voor zelfstandigen en dat belanghebbende in principe aanspraak kan maken op aftrek, ongeacht zijn werknemersstatus.
De A-G besprak uitgebreid de toepassing van de jurisprudentie bij meerdere werkstaten, waaronder Zwitserland, en stelde verschillende mogelijke methoden voor de toedeling van persoonlijke aftrekposten. Hij concludeerde dat de zaak moet worden terugverwezen voor feitelijke vaststelling of belanghebbende als zelfstandige grensarbeider kwalificeert en voor het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EU over de uitlegging van het Europese recht.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden oordeel en verwijst de zaak naar een gerechtshof voor nadere feitenvaststelling en mogelijke prejudiciële vragen, waarmee de toepassing van de Schumacker-jurisprudentie op grensoverschrijdende situaties met meerdere werkstaten nader kan worden beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het bestreden oordeel en verwijst de zaak naar een gerechtshof voor nadere feitenvaststelling en prejudiciële vragen over de toepassing van de Schumacker-jurisprudentie.