ECLI:NL:HR:2002:AD3572
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over ondernemerschap en omzetbelasting bij directeur-grootaandeelhouder
Belanghebbende, die 75% van de aandelen bezit en directeur is van een BV, bracht in 1994 management fees en kosten in rekening aan de BV, inclusief omzetbelasting. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, die na bezwaar en beroep door het hof werd bevestigd. Het hof oordeelde dat belanghebbende niet als ondernemer handelde omdat hij alleen aan de BV leverde.
De Hoge Raad stelt dat het begrip ondernemer in de Wet op de omzetbelasting gelijk is aan het begrip belastingplichtige in de Zesde richtlijn. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat het niet vereist is dat prestaties aan meerdere opdrachtgevers worden verricht. Ook een directeur-grootaandeelhouder die werkzaamheden verricht voor zijn BV kan als ondernemer worden aangemerkt, tenzij er een verhouding van ondergeschiktheid bestaat.
De Hoge Raad oordeelt dat ondanks een mogelijke arbeidsovereenkomst, de directeur-grootaandeelhouder geen juridische ondergeschiktheid heeft en daarom zelfstandig ondernemer is. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling, met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en oordeelt dat de directeur-grootaandeelhouder als ondernemer moet worden aangemerkt voor de omzetbelasting.