Conclusie
[verdachte]
eerste middelklaagt over ‘s Hofs verwerping van het verweer dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
tweede middelklaagt dat het Hof zonder enige motivering is voorbijgegaan aan het verweer van de verdediging dat geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Deze klacht mist ten eerste feitelijke grondslag. Ik volsta daarbij met de verwijzing naar de ‘aanvullende bewijsoverweging’ van het Hof in de aanvulling op het gewezen Promis-arrest. [6] Voorts: het in die nadere bewijsoverweging vervatte oordeel van het Hof dat de flinke grote snee die de verdachte heeft toegebracht in het gelaat van [betrokkene 1] dient te worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. [7] Voor zover het middel daarover klaagt faalt het eveneens.