Conclusie
middelhoudt in dat de bewezenverklaring van feit 1 primair ontoereikend is gemotiveerd, nu de bewezenverklaring van het zwaar lichamelijk letsel niet kan volgen uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen.
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens zware mishandeling van een politieambtenaar tijdens diens rechtmatige dienst en het wederrechtelijk binnendringen in een woning. De mishandeling bestond uit een met kracht toegebrachte kniestoot tegen het gezicht, resulterend in een gecompliceerde neusfractuur.
De verdediging stelde in cassatie dat het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel gekwalificeerd kon worden, omdat het medisch ingrijpen niet als noodzakelijk werd beschouwd en de verzekeraar de operatie niet vergoedde. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende en begrijpelijk had gemotiveerd dat het letsel zwaar was, mede gezien de scheefstand van de neus, de mislukte manuele correcties en de noodzaak van chirurgisch ingrijpen.
Verder concludeerde de Hoge Raad dat het oordeel van het hof over de aard van het letsel niet onbegrijpelijk was en dat de medische verklaringen en het slachtofferverklaring voldoende steun boden voor de bewezenverklaring. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf blijft in stand.