ECLI:NL:PHR:2013:CA0813
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onroerend karakter warmtekrachtkoppeling voor overdrachtsbelasting
In deze zaak staat centraal de vraag of een warmtekrachtkoppeling (WKK) als onroerende zaak moet worden aangemerkt voor de toepassing van de overdrachtsbelasting. Belanghebbenden, twee B.V.'s, stelden zich op het standpunt dat de WKK roerend was, terwijl rechtbank en hof oordeelden dat de WKK onroerend was. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
De WKK is geplaatst op het bedrijfsterrein van een tuinbouwbedrijf en functioneert als onderdeel van het complex. Het hof oordeelde dat de installatie naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en dat deze bestemming naar buiten kenbaar is. De technische mogelijkheid tot verplaatsing en het feit dat de WKK niet noodzakelijk is voor de exploitatie van het bedrijf doen hieraan niet af.
Belanghebbenden voerden aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de WKK als onroerend werd aangemerkt en dat het criterium van artikel 3:4 BW Pro ook van toepassing zou moeten zijn. De Hoge Raad oordeelt dat het criterium van artikel 3:3 BW Pro zelfstandig dragend is en dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd. De WKK wordt daarmee als onroerende zaak aangemerkt, met de fiscale consequentie dat overdrachtsbelasting verschuldigd is.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de WKK onroerend is, waardoor overdrachtsbelasting verschuldigd is.