ECLI:NL:PHR:2012:BX4759
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor onjuiste omzetbelastingaangiften en feitelijk leidinggeven
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens medeplegen en feitelijk leidinggeven aan het doen van onjuiste of onvolledige aangiften omzetbelasting door meerdere rechtspersonen, wat ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven. De aangiften betroffen diverse tijdvakken tussen 2003 en 2005, waarbij onjuiste bedragen aan terug te vragen omzetbelasting werden opgegeven.
De Hoge Raad behandelde vier cassatiemiddelen, waarbij onder meer werd geklaagd over de motivering van de bewezenverklaringen en de kwalificatie van de betrokken entiteiten als rechtspersonen. De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaringen voldoende waren gemotiveerd en dat commanditaire vennootschappen strafrechtelijk als rechtspersonen worden gelijkgesteld, waardoor feitelijk leidinggeven aan deze entiteiten strafbaar is.
Verder werd het standpunt van de verdediging dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend was vanwege medische omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn besproken. De Hoge Raad vond dat het hof voldoende rekening had gehouden met deze omstandigheden door een lagere straf op te leggen dan geëist. Wel werd de straf verminderd met één maand wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad verwierp de meeste middelen van cassatie en vernietigde het arrest alleen voor zover het de strafoplegging betrof, waarna de straf werd verminderd. De veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en vermindert de straf met één maand wegens overschrijding van de redelijke termijn.