ECLI:NL:HR:2010:BL7699
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt zelfstandige beoordeling strafrechter bij onjuiste belastingaangifte ondanks lopend bezwaar
In deze zaak werd verdachte vervolgd wegens het opzettelijk doen van onjuiste en onvolledige aangiften inkomstenbelasting over de jaren 1998 tot en met 2001. Verdachte gaf een te laag belastbaar inkomen op, ondanks dat hij aanzienlijke inkomsten had verkregen als leidinggevende van een koppelbazenorganisatie. Het hof achtte bewezen dat verdachte deze inkomsten opzettelijk verzweeg, waardoor te weinig belasting werd geheven.
Verdachte voerde onder meer aan dat de fiscale kwalificatie van de inkomsten discutabel was en dat bezwaar tegen navorderingsaanslagen nog niet was beslist. De Hoge Raad stelde echter dat de strafrechter in een strafrechtelijke procedure een zelfstandig oordeel moet vormen over de juistheid van de aangifte, ongeacht lopende fiscale procedures of bezwaren.
Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte valselijk facturen had opgemaakt om deze als bewijs te gebruiken. De Hoge Raad vernietigde de strafrechtelijke uitspraak slechts voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf, die werd verminderd van 28 naar 27 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van 28 naar 27 maanden wegens termijnoverschrijding; de veroordeling wegens opzettelijke onjuiste belastingaangifte en valsheid in geschrifte bleef in stand.