ECLI:NL:HR:2008:BB8977
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Veroordeling gemeente voor belastingfraude bij aanleg sportpark in Etten-Leur
De zaak betreft de gemeente Etten-Leur die samen met een aannemer een financiële constructie heeft toegepast bij de aanleg van een sportpark, waardoor onjuiste aangiften omzetbelasting zijn gedaan en valse facturen zijn opgemaakt. Het hof veroordeelde de gemeente voor medeplegen van belastingfraude en valsheid in geschrift. De gemeente voerde onder meer aan dat zij strafrechtelijke immuniteit genoot omdat de gedragingen in het kader van een bestuurstaak waren verricht, en dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk was omdat ambtenaren niet vervolgd werden.
Het hof verwierp deze verweren. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat de gedragingen niet kunnen worden aangemerkt als handelingen die uitsluitend bestuursfunctionarissen in het kader van hun bestuurstaak kunnen verrichten. Ook is het niet vereist dat ambtenaren worden vervolgd om de rechtspersoon te vervolgen. Het hof stelde vast dat de gemeente bewust was van de fiscale risico’s en actief heeft meegewerkt aan de constructie, waarmee sprake was van voorwaardelijk opzet.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot een geldboete van €95.000. De uitspraak benadrukt de mogelijkheid tot strafrechtelijke vervolging van publiekrechtelijke rechtspersonen en de toerekening van opzet aan de rechtspersoon via haar ambtenaren.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de gemeente tot een geldboete van €95.000 wegens medeplegen van onjuiste aangifte omzetbelasting en valsheid in geschrift.