ECLI:NL:PHR:2012:BV9539
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagplicht hypotheekrente en levensverzekering bij beëindiging affectieve relatie zonder samenlevingscontract
Partijen hebben jarenlang een affectieve relatie gehad zonder samenlevingscontract en gezamenlijk een woning gekocht met hypotheek en levensverzekering. Na beëindiging van de relatie ontstond een geschil over de verdeling van de woning, de hypotheekschuld, betaalde hypotheekrente en premies levensverzekering.
De rechtbank stelde dat er een eenvoudige gemeenschap bestond en dat de vrouw de helft van de betaalde hypotheekrente en premies moest vergoeden. Het hof bevestigde dit, maar hield rekening met verjaring en oordeelde dat de vrouw ondanks minder werken na de geboorte van de kinderen toch haar deel moest betalen. De man kreeg geen vergoeding voor arbeidsinspanningen en woonvergoeding werd afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd hoe het de stellingen van de vrouw over stilzwijgende afspraken en feitelijke taakverdeling heeft beoordeeld, vooral na de geboorte van de kinderen. Ook is onvoldoende aandacht besteed aan de natuurlijke verbintenis en redelijkheid en billijkheid. Daarom wordt het arrest vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de draagplicht van de vrouw.