ECLI:NL:PHR:2011:BQ7973
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste toepassing art. 359 lid 3 Sv bij vrijspraakverzoek
De zaak betreft een verdachte die in eerste aanleg werd veroordeeld voor meervoudige diefstal van benzine bij diverse tankstations in Nederland. De verdachte bekende het tanken zonder te betalen, maar pleitte vrijspraak omdat hij zichzelf niet als dief beschouwde. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter en volstond met een summiere opgave van bewijsmiddelen conform art. 359 lid 3 Sv Pro.
De advocaat van de verdachte stelde cassatie in omdat het hof ten onrechte niet de inhoud van de bewijsmiddelen had weergegeven, terwijl de verdachte vrijspraak had bepleit. De Hoge Raad oordeelde dat bevestiging van een vonnis slechts mogelijk is indien het hof de gronden van het vonnis aanvult met een weergave van de bewijsmiddelen, zeker wanneer vrijspraak is gevraagd.
De Hoge Raad benadrukte dat art. 359 lid 3 Sv Pro niet toegepast mag worden in gevallen waarin vrijspraak is bepleit, ongeacht de grondslag daarvan. Het hof had het vonnis moeten vernietigen of bevestigen met een nadere motivering. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.