ECLI:NL:PHR:2011:BQ5227
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over gedeeltelijke demping en onderhoud van de Treslongvijver met toepassing van erfdienstbaarheden
Eiser is eigenaar van een perceel met een deel van de Treslongvijver, terwijl Treslong eigenaar is van aangrenzende percelen met een ander deel van de vijver. Eiser vordert onder meer herstel van de verbinding van de vijver met de Vossevaart, onderhoud, ongedaanmaking van demping, verwijdering van een lozingspijp, herstel van oevers en ecologische kwaliteit.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat Treslong geen eigenaar meer was van het dienend erf en onvoldoende was gesteld over de ligging van de lozingspijp. Het hof bekrachtigde dit vonnis, oordeelde dat art. 5:59 BW Pro niet van toepassing is op vijvers, en dat de demping en wijzigingen geen onrechtmatige hinder opleveren volgens art. 5:37 en Pro 5:39 BW en art. 6:162 BW Pro. Ook werd geoordeeld dat de lozingspijp geen verontreinigd water loost.
In cassatie klaagt eiser over de uitleg van de erfdienstbaarheden en de toepassing van de genoemde wetsartikelen, maar deze klachten worden verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat de akten correct zijn uitgelegd, dat vijvers niet onder art. 5:59 BW Pro vallen, en dat onvoldoende is gesteld over onrechtmatige hinder of onrechtmatig handelen. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vorderingen van eiser worden afgewezen.