ECLI:NL:HR:2011:BQ5227

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01192
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 5:37 BWArt. 5:39 BWArt. 5:44 BWArt. 5:52 BW
Verwijzingen
12 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in geschil over gedeeltelijke demping vijver

In deze zaak stond een geschil centraal over de gedeeltelijke demping van een vijver waarbij diverse bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek, waaronder de artikelen 5:37, 5:39, 5:44, 5:52, 5:53, 5:59 en 6:162 BW, aan de orde waren. De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de rechtbank 's-Gravenhage, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage het geschil verder behandelde en een arrest wees.

De eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De verweerders, ontwikkelingscombinatie Treslong C.V. en Treslong Beheer B.V., concludeerden tot verwerping van het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal bracht een conclusie uit waarin eveneens werd voorgesteld het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen en de eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren F.B. Bakels (voorzitter), C.E. Drion, G. Snijders en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 2 september 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

2 september 2011
Eerste Kamer
10/01192
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
1. ONTWIKKELINGSCOMBINATIE TRESLONG C.V.,
gevestigd te Wassenaar,
2. TRESLONG BEHEER B.V.,
gevestigd te Wassenaar,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. P.J. de Groen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Treslong c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 284772 / HA ZA 07-1003 van de rechtbank 's-Gravenhage van 30 mei 2007 en 13 februari 2008;
b. het arrest in de zaak 200.007.347/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 november 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Treslong c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 27 mei 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Treslong c.s. begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 2 september 2011.