ECLI:NL:HR:2003:AH9168
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vestiging zakelijk recht van erfdienstbaarheid in notariële akte van 1909
Eiseres vordert een verklaring voor recht dat zij een recht van erfdienstbaarheid van wegenis heeft over het perceel van verweerster, gebaseerd op een notariële akte van 16 mei 1909. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af na bewijslevering en enquête.
De kernvraag in cassatie is of de akte van 1909 een zakelijk recht van erfdienstbaarheid vestigt of slechts een persoonlijk recht. De Hoge Raad stelt dat het hof de juiste maatstaf heeft gehanteerd door de partijbedoeling objectief te interpreteren aan de hand van de bewoordingen in de akte en de context.
Het hof oordeelde dat de akte geen zakelijk recht vestigt, omdat het woord 'erfdienstbaarheid' ontbreekt en er geen sprake is van een recht ten behoeve van en ten laste van percelen. Verwijzingen in latere akten naar een recht van weg veranderen hier niets aan. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwerpt het cassatieberoep, waarbij eiseres wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; er is geen zakelijk recht van erfdienstbaarheid gevestigd in de akte van 1909.