ECLI:NL:PHR:2011:BQ3869
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vorderingen in burengeschil over gedeeltelijke demping vijver en erfdienstbaarheden
In deze zaak staat een burengeschil centraal tussen eiser en de vereniging Koninklijke Handelsbond voor Boomkwekerij- en Bolproducten (Anthos) over de gedeeltelijke demping van een vijver die op de percelen van partijen en een derde ligt. De vijver is deels gedempt en er zijn diverse geschillen over rechten en plichten, waaronder het al dan niet bestaan van erfdienstbaarheden, de wijze van demping, de gevolgen daarvan voor het grondwater en de schade aan een beuk op het perceel van eiser.
Eiser vorderde onder meer schadevergoeding wegens het afsterven van de beuk en wateroverlast, herstel van de vijver in de oude staat, en verwijdering van diverse werken op het perceel van Anthos. Zowel de rechtbank als het gerechtshof wezen deze vorderingen af. Het hof oordeelde onder meer dat de demping niet onrechtmatige hinder oplevert, dat de afwatering naar de vijver niet onrechtmatig is, en dat de erfdienstbaarheden uit 1927 niet zijn geschonden.
Het cassatieberoep van eiser richt zich op meerdere punten, waaronder de uitleg van de akte uit 1927, de toepasselijkheid van diverse wetsartikelen (zoals art. 5:39 en Pro 5:59 BW), en de beoordeling van de schade aan de beuk en wateroverlast. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof. De Raad benadrukt dat de akte correct is uitgelegd, dat de wettelijke bepalingen juist zijn toegepast, en dat de motiveringen van het hof niet onbegrijpelijk zijn. Het beroep wordt verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag en onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd; de vorderingen van eiser worden afgewezen.