ECLI:NL:PHR:2011:BO6748
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM bij hoger beroep ontnemingsmaatregel ondanks executie
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie (OM) centraal in hoger beroep tegen een ontnemingsmaatregel van € 600,- opgelegd door de rechtbank Arnhem. De verdediging stelde dat het OM niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het vertrouwensbeginsel, omdat de veroordeelde door correspondentie met het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) en betaling van het bedrag mocht aannemen dat het hoger beroep achterwege zou blijven.
Het hof verwierp dit verweer omdat het OM tijdig hoger beroep had ingesteld en de veroordeelde correct was geïnformeerd over het hoger beroep. Daarnaast had het CJIB de ontnemingsmaatregel ten onrechte geëxecuteerd, maar de veroordeelde had nagelaten om bij het OM te informeren of het hoger beroep was ingetrokken. De Hoge Raad bevestigde dat de enkele executie van het vonnis geen grond is om het OM niet-ontvankelijk te verklaren.
Verder werd het betoog dat de bewijsmiddelen over het aantal oogsten tegenstrijdig waren, verworpen. Het hof had op basis van verklaringen vastgesteld dat er ten minste drie oogsten waren geweest, wat niet onbegrijpelijk was. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof, waarbij het vertrouwensbeginsel niet was geschonden en het OM ontvankelijk bleef in het hoger beroep.
Uitkomst: Het OM blijft ontvankelijk in hoger beroep tegen de ontnemingsmaatregel ondanks de executie, en het vertrouwensbeginsel is niet geschonden.