ECLI:NL:HR:2003:AL4369
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel en kennisgeving verdere vervolging bij poging tot uitvoer amfetamine
In deze strafzaak ging het om een bezwaarschrift van verdachte tegen een kennisgeving van verdere vervolging wegens poging tot uitvoer van amfetamine. De rechter-commissaris had in een brief aan verdachte vermeld dat de officier van justitie had meegedeeld dat verdachte niet verder zou worden vervolgd. Deze passage bleek echter niet door de officier van justitie te zijn gedaan, maar was abusievelijk door de griffier toegevoegd.
De officier van justitie verklaarde tijdens de raadkamer dat zij nooit mededelingen deed aan de rechter-commissaris over vervolgingsbeslissingen en zich niet kon herinneren dat zij in deze zaak had toegezegd verdachte niet te vervolgen. Het hof oordeelde dat de mededeling in de brief niet aan de officier van justitie kon worden toegerekend en dat verdachte niet op die mededeling mocht vertrouwen, omdat de rechter-commissaris niet bevoegd was om over vervolging te beslissen.
Daarnaast wees het hof erop dat het gerechtelijk vooronderzoek kort na de brief werd gesloten en dat de officier van justitie juist op die datum een kennisgeving van verdere vervolging had gedaan, waardoor geen sprake was van het wekken van vertrouwen door stilzitten.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep van verdachte. Het hof had geen onjuiste rechtsopvatting gegeven en het oordeel was niet onbegrijpelijk. Daarmee bleef de kennisgeving van verdere vervolging in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte werd verworpen en de kennisgeving van verdere vervolging bleef gehandhaafd.