ECLI:NL:HR:2011:BO6748
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM bij executie ontnemingsmaatregel ondanks vertrouwensbeginselverweer
Betrokkene werd door de rechtbank veroordeeld tot betaling van €600,- als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het openbaar ministerie stelde hiertegen tijdig hoger beroep in. Betrokkene stelde dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het vertrouwensbeginsel, omdat hij op grond van correspondentie met het CJIB en betaling van het bedrag gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat het hoger beroep niet zou worden voortgezet.
Het hof verwierp dit verweer en stelde vast dat betrokkene op juiste wijze van het hoger beroep in kennis was gesteld. De executie van de betalingsverplichting door het CJIB vond plaats, maar betrokkene had het OM moeten informeren over eventuele intrekking van het hoger beroep. De enkele executie van het vonnis, zelfs indien in strijd met artikel 557 Sv Pro, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat er geen aan het OM toe te rekenen schending van het vertrouwensbeginsel had plaatsgevonden. Het beroep van betrokkene werd verworpen. Daarmee blijft de ontvankelijkheid van het OM in hoger beroep gehandhaafd ondanks de executie van de ontnemingsmaatregel en het vertrouwensbeginselverweer.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ondanks het vertrouwensbeginselverweer.