ECLI:NL:PHR:2010:BN0004
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid observatie met statische camera en geldigheid tenlastelegging in cocaïnezaak
In deze zaak werd verdachte ten laste gelegd dat hij in de periode van 5 juli 2007 tot en met 31 oktober 2007 te [plaats] betrokken was bij de verkoop en/of het bezit van cocaïne. De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding nietig was wegens onvoldoende specificatie van de tenlastelegging en dat de met een statische camera uitgevoerde observaties onrechtmatig waren omdat geen machtiging ex art. 126g Sv was verleend.
Het hof verwierp deze verweren. Het oordeelde dat de tenlastelegging voldoende duidelijk was en dat de verdediging zich adequaat kon verweren. Ten aanzien van de observatie stelde het hof vast dat de camera gericht was op een voetbalkooi, een openbaar object dat niet onlosmakelijk met verdachte was verbonden. De observatie was niet stelselmatig in de zin van art. 126g Sv, zodat geen machtiging nodig was en het bewijs niet onrechtmatig was verkregen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. Hij overwoog dat de duur, frequentie, intensiteit en plaats van de observatie, alsmede het feit dat het ging om een openbaar object, geen sprake maakten van stelselmatige observatie die een machtiging vereiste. Ook was de dagvaarding niet nietig omdat zij voldeed aan de eisen van art. 261 Sv Pro en de verdediging in staat stelde zich te verweren. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte wegens cocaïnehandel met rechtmatig verkregen bewijs.