ECLI:NL:HR:2009:BF5603
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid gebruik warmtebeeldkijker bij opsporing hennepkwekerij
In deze zaak stond het gebruik van een warmtebeeldkijker door opsporingsambtenaren centraal bij het onderzoek naar een vermoedelijke hennepkwekerij in de woning van verdachte. De politie verrichtte op basis van aanwijzingen en een contract voor stroomlevering een onderzoek waarbij een warmtebeeldkijker werd ingezet. Dit leidde tot de ontdekking van een hennepkwekerij.
De verdediging stelde dat het gebruik van de warmtebeeldkijker onrechtmatig was en dat het bewijs daardoor uitgesloten moest worden. Tevens werd aangevoerd dat het gebruik van de warmtebeeldkijker een inbreuk maakte op het recht op privacy zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro en dat artikel 2 van Pro de Politiewet 1993 geen grondslag bood voor deze inbreuk.
Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat het gebruik van de warmtebeeldkijker een toegestane, oppervlakkige controle betreft die geen stelselmatige observatie inhoudt en slechts een algemene aanwijzing geeft voor een ongewone warmtebron. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep voor het overige, maar verminderde de opgelegde taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak bevestigt dat het gebruik van warmtebeeldtechnologie door politie binnen de kaders van de Politiewet 1993 valt en geen disproportionele inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormt, mits het gebruik beperkt en incidenteel is.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat het gebruik van de warmtebeeldkijker rechtmatig is en vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.