ECLI:NL:PHR:2010:BL0618
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring in onttrekking aan beslag
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad waarin het hof Arnhem werd teruggewezen. Verzoeker was door het hof veroordeeld wegens het opzettelijk onttrekken van een personenauto aan het daarop gelegde executoriaal beslag. Het hof had geoordeeld dat verzoeker het bewezenverklaarde feit duidelijk en ondubbelzinnig had bekend, waardoor volstaan kon worden met een opgave van bewijsmiddelen volgens art. 359, derde lid, Sv.
Tijdens de behandeling in hoger beroep had verzoeker verklaard dat hij niet wist dat op de auto beslag was gelegd, maar ook dat de deurwaarder had gezegd dat de auto in beslag werd genomen. De raadsman voerde verweren aan tegen de rechtmatigheid van het beslag, maar het hof verwierp deze als bewijsverweren gericht op vrijspraak. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof ten onrechte heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, omdat verzoeker niet ondubbelzinnig het bewezenverklaarde heeft bekend.
De bewezenverklaring is daardoor onvoldoende gemotiveerd en het middel van cassatie slaagt. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug aan het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling op het bestaande beroep. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging aangetroffen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring.