ECLI:NL:PHR:2007:BB7117
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest poging zware mishandeling wegens onvoldoende motivering voorwaardelijk opzet
In deze zaak stond de vraag centraal of het geven van een enkele schop tegen het middel van een op de grond liggend slachtoffer voldoende was om voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel aan te nemen. Het hof had verdachte veroordeeld voor poging tot zware mishandeling, waarbij het aannam dat verdachte zich willens en wetens blootstelde aan de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel.
De Hoge Raad overwoog dat art. 82 Sr Pro een opsomming bevat van wat als zwaar lichamelijk letsel geldt, maar dat de rechter ook buiten die opsomming letsel als zwaar kan aanmerken indien dat naar normaal spraakgebruik gerechtvaardigd is. Daarbij spelen de aard van het letsel, de noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op herstel een rol. Dit geldt ook bij poging, waarbij de voorzienbaarheid van het gevolg door verdachte essentieel is.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de enkele schop tegen het middel een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel zou opleveren. Er ontbraken aanwijzingen dat de schop daadwerkelijk letsel had veroorzaakt. De Hoge Raad concludeerde dat het voorwaardelijk opzet niet zonder nadere motivering kon worden aangenomen en vernietigde het arrest.
De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling op basis van het bestaande dossier, waarbij het hof opnieuw moet oordelen over het voorwaardelijk opzet en de poging tot zware mishandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende motivering van voorwaardelijk opzet.