Gelet op het voorgaande komt het hof - anders dan de advocaat-generaal en de rechtbank - tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde.”
3.4. De klacht van het middel houdt in dat het hof het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel niet heeft kunnen aannemen, aangezien uit de gebezigde bewijsmiddelen niet meer kan worden afgeleid dan dat de verdachte het slachtoffer één (enkele) vuistslag tegen het hoofd heeft gegeven. Volgens de steller van het middel moet de gedraging van de verdachte in beginsel worden geacht onder het bereik van art. 300, tweede lid, Sr (eenvoudige mishandeling met zwaar lichamelijk letsel als gevolg) te vallen en kan uit de bewijsmotivering van het hof niet goed worden opgemaakt waarom dat in de onderhavige zaak anders zou zijn. Hierbij moet worden opgemerkt dat het middel geen klacht bevat over het bewijsoordeel van het hof ten aanzien van het tenlastegelegde zware lichamelijke letsel zelf, zodat in cassatie van de aanwezigheid van een dergelijk letsel moet worden uitgegaan.
3.5. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg (zoals zwaar lichamelijk letsel) aanwezig is indien een verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het betreffende gevolg zou intreden. Het moet gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.Daarbij geldt dat bepaalde gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm zo zeer op een bepaald gevolg gericht zijn dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte die deze gedragingen heeft verricht de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard.
3.6. In de onderhavige zaak heeft het hof zijn bewijsbeslissing met betrekking tot het voorwaardelijk opzet van de verdachte gemotiveerd door te overwegen dat “het hard en met gebalde vuist slaan in het gezicht en daarmee tegen het hoofd [naar algemene ervaringsregels] de aanmerkelijke kans in het leven [roept] dat het slachtoffer daardoor zwaar lichamelijk letsel oploopt, nu het gezicht en het hoofd door de aard, constitutie en door alle vitale functies die hier gesitueerd zijn bij uitstek een kwetsbaar gebied is”. Hoewel het hof met deze overweging de juiste toetsingsmaatstaf voor zijn bewijsbeslissing heeft toegepast, moet aan de steller van het middel worden toegegeven dat het de vraag is of het hof zijn overweging met betrekking tot de bestaande algemene ervaringsregels hier niet te algemeen heeft geformuleerd.
3.7. Dat iedere harde vuistslag in het gezicht naar algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel schept, lijkt – afgaand op de jurisprudentie van de Hoge Raad ter zake – niet zonder meer vol te houden. Teneinde de grens tussen de delictsomschrijving van art. 302, eerste lid, Sr (zware mishandeling), enerzijds, en de delictsomschrijvingen van art. 300, tweede lid, Sr (eenvoudige mishandeling met zwaar lichamelijk letsel als gevolg) en art. 308, eerste lid, Sr (zwaar lichamelijk letsel door schuld) te bewaken, staat de Hoge Raad bewezenverklaringen van zware mishandeling immers niet snel toe in zaken waarin het opzet van de verdachte niet onmiskenbaar op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel is gericht en dienen bewezenverklaringen van zware mishandeling op het punt van het opzet goed te worden gemotiveerd.
3.8. In HR 18 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:657 kon de bewijsbeslissing van het hof ten aanzien van het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bijvoorbeeld niet in stand blijven in een zaak waarin de verdachte het slachtoffer met kracht tegen de grond had geduwd en het slachtoffer als gevolg van de betreffende duw een gebroken ellenboog had opgelopen. Een bekend voorbeeld is ook HR 10 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3460, NJ 2012/503, waarin de Hoge Raad oordeelde dat de vaststelling dat een verdachte in een café opzettelijk een glas in de richting van een slachtoffer had gegooid onvoldoende grond vormde voor het oordeel dat de verdachte zich willens en wetens had blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Meer gelijkenis met de onderhavige zaak vertoont HR 22 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT6368, waaruit kan worden afgeleid dat ook een met kracht gegeven kopstoot op zichzelf genomen onvoldoende is om opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan te nemen. 3.9. Voorbeelden van zaken waarin een bewezenverklaring van zware mishandeling in stand bleef bij weliswaar grof maar toch niet uitzonderlijk hard geweld zijn er echter ook. Zo werd in HR 4 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB7117 overwogen dat “het hof […] kennelijk [heeft] geoordeeld dat de verdachte door het slachtoffer met kracht met geschoeide voet een schop in het middel – en daarmee in de nabijheid van vitale organen – te geven, zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou bekomen” en dat “dat oordeel […] geen blijk [geeft] van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk is” (dit trouwens in afwijking van de voorafgaande conclusie van A-G Machielse). Hoewel de jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel in het algemeen streng is en het hier genoemde arrest ook al weer van tien jaar terug dateert, bestaat er voor de feitenrechter een zekere vrije beoordelingsruimte. Dat is ook logisch, aangezien de vraag of een verdachte opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel in het verlengde ligt van de vraag wat als zwaar lichamelijk letsel zelf kan worden aangemerkt en deze laatste vraag een sterk feitelijk karakter heeft. 3.10. In de onderhavige zaak kan uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid dat:
(i) de verdachte en het slachtoffer op 24 maart 2013 in een café in Drachten met elkaar in contact zijn gekomen (zie bewijsmiddel 1);
(ii) het slachtoffer daarbij op enig moment door de verdachte vanaf de rechterkant bij zijn keel is gegrepen (zie bewijsmiddel 1) c.q. in een houdgreep is genomen (zie bewijsmiddel 4);
(iii) de verdachte het slachtoffer vervolgens met een zwaai een harde vuistslag in het gezicht heeft gegeven en tegenover het hof op de vraag hoe hard hij sloeg heeft verklaard dat hij zijn krachten niet kent (zie bewijsmiddelen 1, 2 en 4); en
(iv) het slachtoffer als gevolg daarvan verschillende vormen van letsel heeft opgelopen, waaronder een breuk in zijn oogkas of jukbeen, een breuk in zijn bovenkaak en geheugenverlies (zie de bewijsmiddelen 3 en 5).
3.11. Hoewel de overweging van het hof dat “het hard en met gebalde vuist slaan in het gezicht en daarmee tegen het hoofd [naar algemene ervaringsregels] de aanmerkelijke kans in het leven [roept] dat het slachtoffer daardoor zwaar lichamelijk letsel oploopt” – zoals reeds opgemerkt – wellicht te algemeen geformuleerd is, hoeft het voorgestelde middel gelet op de hier vermelde inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen mijns inziens niet tot cassatie te leiden. Het hof heeft bij zijn bewijsoordeel met betrekking tot het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel immers onder meer in aanmerking kunnen nemen dat de verdachte het slachtoffer in een vaste greep hield op het moment van slaan (zodat hij een gerichte en gecoördineerde vuistslag heeft kunnen geven) en het slachtoffer volgens de vaststellingen van het hof vanaf de zijkant en min of meer plotseling werd aangevallen (zodat de verdachte geen verdedigingshandelingen van het slachtoffer kon verwachten). Dat de verdachte heeft verklaard dat hij zijn krachten niet kent, hetgeen volgens de steller van het middel betekent dat de verdachte zich de kracht van zijn slag niet heeft gerealiseerd, kan ook anders worden opgevat. Het hof heeft hier ook uit kunnen afleiden dat de verdachte weet dat hij heel sterk is. Zo beschouwd is het genoemde bewijsoordeel van het hof – ook afgezien van de gewraakte overweging van het hof met betrekking tot de bestaande algemene ervaringsregels – niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd.