ECLI:NL:PHR:2007:BA6243
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens eerdere faillissementen en gebrek aan goede trouw
De zaak betreft een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) door [verzoeker] c.s., waarbij het hof de toelating heeft geweigerd op basis van facultatieve weigeringsgronden uit art. 288 lid 2 sub a en Pro b Faillissementswet (Fw). [Verzoeker 1] was eerder meerdere malen failliet verklaard, waaronder een faillissement in 2001 dat in 2004 vereenvoudigd werd afgewikkeld. Daarnaast werd vastgesteld dat een aanzienlijk deel van de schulden niet te goeder trouw was ontstaan, zowel vóór als tijdens en na het faillissement.
Het hof heeft geoordeeld dat de eerdere faillissementen en het ontbreken van goede trouw voldoende grond vormen om het verzoek af te wijzen. Hoewel [verzoeker] c.s. betoogden dat zij zich inmiddels inspannen om werk te vinden en schulden af te lossen, achtte het hof deze omstandigheden niet zwaar genoeg om tot toelating over te gaan. Ook het feit dat zij deelnemen aan een budgetbeheerregeling werd niet als voldoende bijzondere omstandigheid gezien.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de facultatieve weigeringsgronden in art. 288 lid 2 Fw Pro ruimte laten voor een belangenafweging door de rechter, waarbij eerdere faillissementen en de mate van goede trouw zwaar wegen. De Hoge Raad wijst erop dat het hof niet onjuist heeft geoordeeld door het verzoek af te wijzen, ook niet gelet op de gewijzigde omstandigheden en inspanningen van [verzoeker] c.s. De conclusie is dat het beroep ongegrond is en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens eerdere faillissementen en gebrek aan goede trouw.