ECLI:NL:HR:2004:AR6026
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende motivering hof
Verzoekster heeft bij de rechtbank verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens een totale schuldenlast van €35.088,07, waarvan €24.954,62 aan de Sociale Dienst. De rechtbank wees het verzoek af op grond van art. 288 lid Pro 2 F, omdat verzoekster niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan van de schuld. Het hof bekrachtigde dit vonnis en oordeelde dat verzoekster bewust de inkomsten van haar toenmalige echtgenoot had verzwegen.
Verzoekster stelde in cassatie dat het hof essentiële stellingen niet had besproken, waaronder dat zij haar eigen inkomsten netjes had opgegeven en een terugbetalingsregeling met de Sociale Dienst was overeengekomen, die zij nakomt. De Hoge Raad overweegt dat art. 288 lid Pro 2 F een facultatieve grond biedt om misbruik van de schuldsaneringsregeling tegen te gaan, waarbij een gedragsmaatstaf geldt. Het hof had deze relevante omstandigheden moeten meewegen en motiveren.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. Het oordeel van het hof was onvoldoende gemotiveerd doordat het niet inging op de terugbetalingsregeling en andere relevante feiten die tot een ander oordeel hadden kunnen leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.