ECLI:NL:PHR:2001:ZC3693
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onontvankelijkheid vorderingen tegen Nederlandse inzet kernwapens wegens gebrek concreet belang
Eisers, waaronder de Vereniging van Juristen voor de Vrede, stelden vorderingen tegen de Staat gericht op het verbod van Nederlandse medewerking aan inzet van kernwapens binnen NAVO-verband. Zij baseren hun vorderingen op schending van beginselen van het humanitair oorlogsrecht en stelden dat deze beginselen rechtstreeks rechten scheppen voor burgers.
De rechtbank en het hof oordeelden dat eisers onvoldoende concreet belang hadden bij hun vorderingen omdat niet aannemelijk was dat de Staat daadwerkelijk voornemens was kernwapens in te zetten. Het hof stelde dat voor ontvankelijkheid vereist is dat er een reële en geconcretiseerde dreiging bestaat dat kernwapens zullen worden ingezet. Tevens oordeelde het hof dat de vorderingen onvoldoende concreet waren omschreven en dat het gebruik van kernwapens niet onder alle omstandigheden onrechtmatig is.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en benadrukt dat de burgerlijke rechter slechts bevoegd is om te oordelen over concrete geschillen met voldoende belang en concreetheid. Voorbereidingshandelingen voor inzet van kernwapens worden niet als onrechtmatig beschouwd zolang niet vaststaat dat de inzet in strijd is met internationaal recht. De vorderingen worden daarom onontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De vorderingen van eisers tegen de Staat inzake inzet van kernwapens worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concreet belang en onvoldoende concreetheid.