ECLI:NL:HR:2001:ZC3693
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- C.H.M. Jansen
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vorderingen inzake verbod Nederlandse medewerking aan inzet kernwapens
Eisers, verenigd in de Vereniging van Juristen voor de Vrede en Stichting Miljoenen Zijn Tegen, vorderden bij de rechtbank een verbod op Nederlandse medewerking aan de inzet van kernwapens, waaronder het gebruik van Nederlandse overbrengingsmiddelen en nucleaire bombardementen met F16-vliegtuigen. Zij stelden dat dergelijke handelingen in strijd zijn met de beginselen van het humanitair oorlogsrecht.
De rechtbank gelastte een deskundigenbericht en stelde het geding aan, waarna het hof in hoger beroep de vorderingen van eisers afwees wegens onvoldoende concreet belang en onvoldoende concreet omschreven vorderingen. Het hof oordeelde dat er geen reële en geconcretiseerde dreiging bestond dat kernwapens daadwerkelijk zouden worden ingezet waarbij Nederland betrokken zou zijn.
De Hoge Raad bevestigde dat de burgerlijke rechter bevoegd is, maar dat voor ontvankelijkheid vereist is dat de vorderingen voldoende concreet zijn en dat er een reële dreiging bestaat. De Hoge Raad oordeelde dat de vorderingen te algemeen en abstract zijn geformuleerd en dat politieke afwegingen en omstandigheden van het geval een belangrijke rol spelen, waardoor de rechter terughoudend moet zijn. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eisers in de kosten.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concreet belang en onvoldoende concreetheid van hun vorderingen.